Belastingadvies

 

Vlaams regularisatieprocedure

Naast de fiscale regularisatie van de federale overheid, bestaat er sinds begin van dit jaar een eigen regularisatieprocedure in het Vlaams Gewest voor de belastingen waar het voor bevoegd is, zoals de erfbelasting.

Voor de concrete regels werd logischerwijze de mosterd gehaald bij de federale regeling.

Het betreft hier wel een “tijdelijke” regularisatieprocedure. De procedure loopt immers maar tot  eind 2020.

Net zoals in de federale regeling wordt er een onderscheid gemaakt tussen fiscaal niet-verjaarde bedragen (FNV) en fiscaal verjaarde (FV) bedragen.

De volgende tarieven gelden:

  • erfbelasting in rechte lijn en tussen partners: 35 % (FNV) en 37 % (FV),
  • erfbelasting in alle overige gevallen: 70 % (FNV) en 37 % (FV), en
  • andere belastingen dan erfbelasting: 20 % (FNV) en 37 % (FV)

Het tarief voor de fiscaal verjaarde kapitalen stijgt met 1 % per jaar tot het maximum van 40 % in 2020.

De Vlaamse regularisatieprocedure is identiek aan de federale procedure. Wie wil regulariseren, moet een bondige verklaring en fraudeschema opmaken waarin hij de herkomst van de kapitalen verklaart. Bij de aangifte moet de aangever verantwoordingsstukken toevoegen. Daarvoor heeft hij maximaal tot zes maanden na het indienen van de aangifte.

De Vlaamse belastingdienst (Vlabel) zal de aangever schriftelijk laten weten of de aangifte ontvankelijk is en welk bedrag hij verschuldigd is. De aangever heeft dan vijftien dagen (na verzenddatum van de brief van Vlabel) om de regularisatieheffing te betalen.

Nieuw statuut voor de student-zelfstandige

Sinds 1 januari kunnen studenten die een zelfstandige activiteit uitoefenen een eigen statuut van student-zelfstandige aanvragen – de vroegere gelijkstelling van een student met een zelfstandige in bijberoep bestaat dus niet langer – als :

  • ze tussen de 18 en 25 jaar zijn, en
  • ze ingeschreven zijn om op regelmatige basis les te volgen in een onderwijsinstelling (voor minstens 27 studiepunten (ECTS) of voor 17 lesuren per week), met de bedoeling om een diploma te behalen dat erkend wordt in België.

Voor de student-zelfstandige met een inkomen dat lager is dan het minimuminkomen voor zelfstandigen in hoofdberoep (13.296,25 euro in 2017) geldt dan voordelige bijdrageregeling:

  • inkomen lager dan 6.648,12 euro per jaar (in 2017): geen sociale bijdragen, en
  • inkomen tussen 6.648,12 euro en 13.296,25 euro (in 2017): een verminderde bijdrage van 21%, berekend op het inkomen boven het grensbedrag.

Indien het inkomen boven voormelde grens ligt, zijn er sociale bijdragen als zelfstandige in hoofdberoep verschuldigd.

Op het vlak van gezondheidszorgen is er behoud van rechten als persoon ten laste als de inkomsten lager zijn dan 6.505,33 euro en als titularis indien de student bijdragen betaalt. Bovendien tellen de periodes waarvoor de student bijdragen betaalt (ook verminderde bijdragen) om rechten te openen op het vlak van arbeidsongeschiktheid/invaliditeit/moederschap.

Het statuut heeft ook een fiscaal luik: zoals nu al het geval is voor de student-werknemers, zal de eerste inkomensschijf van de student-zelfstandigen niet beschouwd worden als bestaansmiddel voor de berekening van de personen ten laste. Voor 2017 bedraagt deze 2.660 euro.

Bron: Wet van 18 december 2016 tot vaststelling van het sociaal en fiscaal statuut van de student-zelfstandige, Belgisch Staatsblad van 30 december 2016

Vlaanderen : ook vermindering dakisolatie geschrapt

Op het vlak van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven wordt de enig nog overblijvende vermindering, nl. die voor dakisolatie, met ingang van aanslagjaar 2018 opgeheven in Vlaanderen.

Daarenboven is het zo dat betalingen gedaan in 2017 enkel recht geven op vermindering voor zover ze verband houden met contracten afgesloten in 2016 en waarvoor in dat jaar reeds een voorschot werd betaald.

In het Waals Gewest daarentegen blijft de belastingvermindering tot nader order bestaan, terwijl ze in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest reeds met ingang van aanslagjaar 2017 werd afgeschaft.

Nog belastingvermindering voor dakisolatie in 2017?

De gewestelijke belastingvermindering voor uitgaven (materiaal plus plaatsing) voor dakisolatie bedraagt 30% van het factuurbedrag, weliswaar met een plafond van 3.070 euro.

Deze belastingvermindering wordt echter vanaf 2017 afgeschaft.

M.a.w. geen belastingvoordeel meer, tenzij u kan beroep doen op de – weliswaar nog goed te keuren – overgangsmaatregel.

Naast de algemene voorwaarden (gebouw, of een gedeelte ervan met een woonfunctie (eengezinswoning, appartement, studio), waarvan u eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder bent / minimaal 5 jaar in gebruik bij de start van de werken / plaatsing door een aannemer / correcte vermeldingen op facturen en technische vereisten m.b.t. gebruikte materialen) dient u met volgende rekening te houden:

1. U moet een aannemingsovereenkomst gesloten hebben uiterlijk op 31 december 2016 (een gehandtekende bestelbon of een schriftelijke bevestiging van een offerte geldt als bewijs),
2. U moet een voorschot gestort hebben uiterlijk op 31 december 2016 (het bedrag van het voorschot is overeen te komen met de aannemer, er is geen minimumbedrag) en
3. U moet de facturen betaald hebben uiterlijk op 31 december 2017.

 

Belastingvermindering voor dienstencheques bij gezamenlijke aanslag

Op fiscaal vlak is de aankoop van dienstencheques voordelig. De in dat kader betaalde bedragen geven recht op een gewestelijke belastingvermindering van 30 %.

Dit is echter niet ongelimiteerd.
Er kan per persoon in 2016 maximaal 1.404 euro in aftrek gebracht worden (156 cheques), hetgeen een belastingvermindering oplevert van 421,20 euro, nl. 1.404 x 30 %.

Om maximaal te genieten, is het dus aangewezen bij gehuwden of wettelijk samenwonenden (gezamenlijke aangifte) om de uitgaven over beide personen te verdelen, zodat er geen fiscaal voordeel verloren gaat.

Er is namelijk geen automatische overdracht van het bedrag betaald boven voormelde grens. U dient de cheques onder eigen naam aan te kopen en een eigen gebruiksnummer aan te maken bij Sodexo.

Grensarbeiders en fiscale behandeling kinderen ten laste

Al jarenlang lopen gehuwde of wettelijk samenwonende grensarbeiders met kinderen ten laste tegen het probleem aan dat zij door de Belgische fiscus benadeeld worden.

Dit heeft te maken met de manier waarop de Belgische fiscus de belastingvrije sommen voor kinderen ten laste aanrekent.

Deze worden bij voorrang aangerekend op het inkomen van de partner met het hoogste belastbare inkomen, ook indien dit buitenlands inkomen is dat op basis van de Dubbelbelastingverdragen in het buitenland belastbaar is en dus in België onder progressievoorbehoud vrijgesteld wordt van personenbelasting.

Gevolg van deze werkwijze is dat de belastingvermindering wegens kinderlast de facto verloren gaat.

In 2013 besliste het Europees Hof van Justitie dat deze werkwijze ingaat tegen de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van werknemers. Recent hebben ook Belgische rechtbanken en hoven dit standpunt ingenomen.

De Belgische wetgever zal de spelregels dus dienen aan te passen, maar dat gaat ook niet van vandaag op morgen.

Bijgevolg raden we de grensarbeiders die zich in deze situatie bevinden aan zich te richten tot de FOD Financiën om een rechtzetting te bekomen en dit via een verzoek van ontheffing van ambtswege bij de Gewestelijke Directie.

Dit verzoek dient ingediend te worden binnen een termijn van 5 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin de betwiste aanslag is gevestigd.

In 2016 kan dus nog een verzoek worden ingediend voor de aanslagen die in 2012 of later gevestigd zijn. Zeker is dat de inkomstenjaren 2011, 2012, 2013 hieronder vallen.

Of het inkomstenjaar 2010 ook nog kan meegenomen worden, hangt ervan af of de aanslag over dat jaar al of niet later dan in 2012 is gevestigd.

Of het inkomstenjaar 2014 kan worden meegenomen hangt af van het feit of er reeds een aanslag is gevestigd en deze dateert van meer dan 6 maanden geleden. Zo niet, dient de bezwaarprocedure te worden gevolgd.

 

Rechtspersoon die optreedt als bestuurder – BTW – vervolg

Begin dit jaar melden we reeds dat rechtspersonen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar hun handelingen verplicht aan BTW dienen te onderwerpen.

Omwille van alle praktische wijzigingen die deze nieuwe regel met zich meebrengt, werd beslist de datum van inwerkingtreding uit te stellen tot 1 juni 2016.

Fiscale aspecten van de kilometerheffing

Zoals gemeld in ons bericht van maart jl. is sinds begin april voor voertuigen met een maximaal toegelaten massa van meer dan 3,5 ton een kilometerheffing verschuldigd voor het gebruik van de autosnelwegen en bepaalde gewest- en gemeentewegen in België.

Hoe wordt deze heffing “fiscaal” bekeken?

  1. BTW

De wettelijke regeling inzake de kilometerheffing is een gewestelijke bevoegdheid en omwille van een verschillende juridische benadering is de BTW-behandeling ervan verschillend tussen de gewesten.

In het Vlaams gewest en in het Brussels hoofdstedelijk gewest kwalificeert de kilometerheffing als een belasting en is er bijgevolg geen BTW op verschuldigd.

In het Waals gewest daarentegen wordt de kilometerheffing als een retributie/vergoeding beschouwd en is er 21 % BTW op verschuldigd.

De reden waarom de BTW van de kilometerheffing verschillend benaderd wordt tussen de gewesten is het feit dat het beheer van de betrokken wegen in Wallonië toevertrouwd werd aan Sofico, een rechtspersoon die niet beschouwd wordt als overheid in de zin van de BTW-wetgeving en dus BTW-plichtig is voor zijn activiteiten inzake de kilometerheffing.

BTW-aftrek op kilometerheffing in Wallonië?

Hiervoor gelden de algemene principes inzake BTW-aftrek.

De kilometerheffing in Wallonië moet betaald zijn in het kader van het uitvoeren van een professionele activiteit waarvoor er recht op aftrek van BTW bestaat en om dat recht op aftrek ook effectief te kunnen toepassen, moet men ook over een conforme factuur beschikken.

De factuur moet volgende vermeldingen bevatten:

  • een factuurnummer en een datum van uitreiking,
  • de identificatiegegevens van Sofico (naam, adres, BTW-nummer),
  • de identificatiegegevens van de BTW-plichtige schuldenaar van de kilometerheffing (naam, adres, BTW-nummer),
  • de datum van het belastbaar feit (wanneer de dienstverrichting plaatsgevonden heeft) of de datum van de ontvangst van de betaling (al dan niet een voorschot),
  • een duidelijke omschrijving van de verstrekte diensten, de gebruikelijke benaming, de hoeveelheid en het voorwerp van de diensten,
  • de maatstaf van de heffing (prijs exclusief BTW),
  • de BTW-tarieven en de totaal verschuldigde BTW (uitgedrukt in euro).

In de praktijk moet worden nagegaan of de van Sofico ontvangen facturen alle voormelde vermeldingen bevatten en vooral of het BTW-nummer correct en volledig vermeld wordt.

De facturatie gebeurt in praktijk elke twee weken door Satellic (in naam van de drie gewesten).

Via de Road User Portal kan u op elk moment de facturatiedocumenten consulteren en downloaden en ze tevens, weliswaar tegen betaling, op papier aanvragen.

De verantwoordelijkheid voor het correct opslaan en archiveren van de elektronische facturen ligt volgens de algemene voorwaarden van Satellic uitsluitend bij de gebruikers van het systeem. In de praktijk zal u hieraan dus de nodige aandacht moeten besteden, zodat bij mogelijke BTW-controles aangetoond kan worden op welke basis u uw recht op aftrek heeft toegepast.

U kan dus de elektronische facturen best ook nog bewaren op papier.

Doorrekening van deze kilometerheffing?

Indien deze kost wordt doorgerekend in het kader van een algemene dienstverlening, dan volgt hij dezelfde BTW-behandeling als deze algemene dienst en dit ongeacht of de Viapass op zich onderworpen is aan BTW.

Vb.: Een transportfirma rekent deze kilometerheffing door aan haar klant in het kader van een belaste transportdienst. De heffing zal worden doorgerekend met toepassing van BTW, ongeacht of deze als een “vergoeding” of een “belasting” wordt aanzien.

  1. Vennootschapsbelasting

De kilometerheffing is een “eigenlijke gewestelijke belasting” en die zijn in de regel niet aftrekbaar als beroepskosten in de vennootschapsbelasting. De fiscale wetgever heeft echter expliciet een uitzondering gemaakt voor de kilometerheffing, zodat deze wel aftrekbaar is en dus geen verworpen uitgave uitmaakt.

  1. Personenbelasting

Anders dan bij de vennootschapsbelasting bestond er geen uitsluiting van de “eigenlijke gewestelijke belastingen” als aftrekbare beroepskost in de personenbelasting, zodat er geen extra wetgevend initiatief nodig was om de kilometerheffing af te kunnen trekken als beroepskost.

Rechtspersoon die optreedt als bestuurder – BTW

In aanvulling op ons bericht van januari van vorig jaar inzake de BTW-plicht van rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van vennootschappen (Beslissing btw nr. E.T.125.180/2 d.d. 20 november 2014) deelde de FOD Financiën mee dat de invoering van deze maatregel (opnieuw) uitgesteld wordt en meer bepaald tot 1 april 2016.

Interpretatieve circulaire?

Sinds de aankondiging van de verplichte taxatie van de handelingen van de bestuurders/rechtspersonen, worden er tevens besprekingen gevoerd tussen de FOD Financiën en de voornaamste sector die door deze taxatie getroffen worden, nl. de financiële sector (banken, verzekeringen, fondsen,…).

Deze besprekingen zijn nog altijd aan de gang en werpen tal van vrij technische problemen op. De administratie stelt momenteel een circulaire op om de toepassing van deze taxatieregeling te verduidelijken in de verschillende situaties die zich kunnen voordoen. Dat verklaart waarom dit regime nogmaals uitgesteld wordt.

Enkele problemen die momenteel op tafel liggen en verder overleg vergen om de voornoemde circulaire te kunnen opstellen, zijn bv. de toepassing van eventuele vrijstellingen van de diensten van bestuurders van vennootschappen die bemiddelen in het domein van de verzekering of bestuurders van vennootschappen die gemeenschappelijke beleggingsfondsen beheren.

Een ander probleem dat al veel inkt heeft doen vloeien, is de mogelijkheid voor de bestuurders-rechtspersonen om een btw-eenheid op te richten met de vennootschappen die zij besturen en op die manier aan de btw-heffing te ontsnappen.

 

Verlaagd btw-tarief 6% renovatiewerken privéwoningen – overgangsmaatregel

Zoals reeds gemeld in ons bericht van maart ll. wordt de ouderdomsvereiste van een woning voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% voor renovatiewerken vanaf 1 januari 2016 verhoogd van 5 jaar naar 10 jaar.

Voor werken die in 2016 aan een privéwoning worden verricht, is de nieuwe ouderdomsvereiste van 10 jaar vervuld wanneer de woning voor het eerst in gebruik is genomen in de loop van het jaar 2006 of vroeger.

Er is echter een overgangsmaatregel voor werken die starten na 31 december 2015 of die 31 december 2015 nog niet voltooid zijn en die voor die datum nog niet volledig gefactureerd zijn.

Deze werken aan een woning van minstens 5 jaar oud (woning tussen 1 januari 2007 en 31 december 2010 voor het eerst in gebruik zijn genomen) blijven het tarief van 6% genieten als u tegelijk voldoet aan de volgende twee voorwaarden:

1.◾U heeft de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag of melding ten laatste op 31 december 2015 gedaan,

De indieningsdatum moet worden aangetoond a.d.h.v. een door de gemeente uitgereikt ontvangstbewijs of het bewijs van aangetekende verzending of het bewijs van digitale indiening via een overheidsplatform.

! wanneer de aanvraag algemeen is (bv. “uitvoering renovatiewerken aan woning”, “uitbreiding woning”) dient een overeenkomst neergelegd te worden bij het btw-kantoor om mogelijke problemen te vermijden.

of de voldoende gedetailleerde overeenkomst (≠ offerte – coördinaten van de partijen, adres woning waar de werken worden uitgevoerd, concrete beschrijving van de aard van de werken en de overeengekomen prijs) is uiterlijk op 31 december 2015 gesloten.

Dit kan worden aangetoond door de datum van registratie van de overeenkomst of van de (notariële) akte waarin de hoofdinhoud van de overeenkomst is opgenomen.

In andere gevallen kan de vaste datum van de overeenkomst ook worden aangetoond d.m.v. een ontvangstbewijs uitgereikt door het btw-controlekantoor van de dienstverrichter met vermelding van de datum van ontvangst en de coördinaten van de betrokken partijen (dienstverrichter en bouwheer)

Wanneer geöpteerd wordt voor de neerlegging op het btw-controlekantoor moet rekening worden gehouden met de sluiting van de btw-controlekantoren vanaf 25 december 2015. Indien men een na 24 december een neerlegging wil doen, volstaat het een kopie van die overeenkomst via een per post aangetekende zending te versturen uiterlijk op 31 december 2015.

en

2.◾De aannemer reikt de facturen uit ten laatste op 31 december 2017.