Belastingadvies

 

Fiscale maatregelen uit het begrotingsakkoord (“Zomerakkoord”)

Volgende wijzigingen en/of nieuwigheden staan op stapel in 2018, niettegenstaande nog wetgevend initiatief dient te worden genomen om één en ander te concretiseren – lees te verduidelijken.

Een kort overzicht

1. Vennootschapsbelasting 

De vennootschapsbelasting zal een grondige hervorming kennen.

Enerzijds worden de tarieven en de crisisbijdrage aangepast als volgt :

2018 / 2019 2020
Basistarief 29,00% 25,00%
Verlaagd tarief voor KMO op de eerste schijf belastbare winst van 100.000 EUR(2) 20,00% 20,00%
Crisisbijdrage 2,00% 0,00%

Deze hervormingen moeten anderzijds – hoe kan het anders? – budgetneutraal zijn en zo zijn er dan ook compenserende maatregelen voorzien, zoals het verdwijnen van de investeringsreserve, de verplichte pro rata afschrijving voor kmo’s vanaf 2020, de afschaffing van degressieve afschrijvingen vanaf 2020, een aanpassing van de regels inzake de aftrekbaarheid van autokosten, de koppeling van de vrijstelling van meerwaarden op aandelen aan de participatievoorwaarde uit het DBI-stelsel,…

Zodra meer concrete informatie beschikbaar is, komen we hier uitvoerig op terug.

2. Personenbelasting 

Ook hier zijn verschillende wijzigingen te verwachten, zij het minder grondig.

Er wordt gesleuteld aan de vrijstelling op de eerste schijf van rente op spaarboekjes. De vrijgestelde schijf daalt van 1.880 euro naar 940 euro, maar in ruil komt er een vrijstelling voor een eerste schijf van 627 euro aan dividenden.

Ook het pensioensparen wordt aangepakt en belastingplichtigen zullen voortaan kunnen kiezen om maximaal 940 euro te sparen aan een belastingvermindering van 30 % (huidig systeem) of meer te sparen tot 1.200 euro aan een lagere belastingvermindering van 25 %.De tax shelter (belastingvermindering) voor investeringen in startende ondernemingen wordt uitgebreid naar groeibedrijven.

In de strijd tegen belastingfraude wordt de kaaimantaks verstrekt en de efficiëntie ervan verbeterd, door o.a. dubbelstructuren aan te pakken en ook feitelijke verenigingen in de maatregel te betrekken.

3. Taksen

  • “Rijkentaks” of taks op effectenrekeningen 

Er zal een nieuwe belasting komen, nl. een taks op effectenrekeningen. Wie meer dan 500.000 euro (te beoordelen per persoon) op een Belgische of buitenlandse effectenrekening heeft staan, zal aan deze taks onderworpen worden en 0,15 % betalen vanaf de eerste euro, dus niet enkel over het gedeelte boven de 500.000 euro. Voorlopig worden enkel beursgenoteerde aandelen, obligaties, fondsen, kasbons en warrant geviseerd.

  • Verhoging beurstaks

Het huidige tarief van de beurstaks zal opgetrokken worden:

  • de aan- en verkoop van obligaties wordt van 0,09 % verhoogd naar 0,12 %;
  • de aan- en verkoop van aandelen wordt van 0,27 % verhoogd naar 0,35 %.
  • Reynders-taks:

De inkoop- en liquidatieboni van fondsen die voor meer dan 25 % in schuldvorderingen beleggen, omvat een rentecomponent die aan roerende voorheffing onderhevig is. Deze drempel zal worden afgeschaft worden, waardoor alle fondsen binnen het toepassingsgebied komen en er roerende voorheffing verschuldigd zal zijn op het obligatierendement in deze fondsen.

4. BTW

Voor nieuwe huurcontracten die vanaf 1 januari gesloten worden m.b.t beroepsmatig gebruikte panden, krijgt de verhuurder de keuzemogelijkheid om al dan niet met 21 % BTW te verhuren. We denken hierbij aan de verhuur van een winkel(centrum), een kantoorgebouw, een loods, …

5. Overige

De flexi-jobs, die erg succesvol bleken in de horeca, worden uitgebreid naar andere sectoren. Bijklussen via een flexi-job zal voortaan ook kunnen in een krantenwinkel, bakkerij of kapsalon.

Daarnaast zal ook belastingvrij bijverdienen (tot 500 euro per maand) mogelijk worden voor specifieke functies in non-profitsector. Deze mogelijkheid staat open voor wie al 4/5 werkt of gepensioneerd is.

 

 

Extralegaal pensioen : wanneer opvraagbaar? welke belasting?

  1. Opvragen?

Sinds 2016 kunt u uw groepsverzekering, uw IPT (individuele pensioentoezegging) of VAPZ maar opvragen vanaf het moment waarop u daadwerkelijk met pensioen kunt gaan en dat is in principe  vanaf uw 65ste.

Bent u echter geboren vóór 1962, dan is er een overgangsmaatregel en kunt u uw aanvullend pensioen toch nog opnemen voordat u effectief met pensioen gaat.

De precieze leeftijd waarop dat kan, vindt u onderstaand:

Geboortejaar Uitkering mogelijk vanaf
Vóór 1959 60 jaar
1959 61 jaar
1960 62 jaar
1961 63 jaar

 

  1. Belastingheffing?

Bij uitkering op uw 60ste betaalt u 20% belastingen en dat tarief daalt naar 18% eens u 61 jaar bent en naar 16,5% vanaf uw 62ste. Er is zelfs taxatie aan 10% mogelijk, maar alleen als de uitkering pas gebeurt op de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) en u tot dan “effectief actief” blijft (art. 171, 2° b WIB’92).

De minister heeft bevestigd dat effectief actief blijven tot uw 65ste niet betekent dat u tot dan ook effectief nog moet werken of even hard moet werken. Het is voldoende dat u in de drie jaar vóór de wettelijke pensioenleeftijd onafgebroken bij een sociale kas aangesloten bent en tijdens die periode ook uw sociale bijdragen voor een hoofdberoep betaald heeft. U hoeft geen bewijs van enige activiteit te leveren (mond. parl. vr. nr. 19530, 28.06.2017, Van Rompuy). Zelfs als u in de loop van die drie laatste jaren uw activiteiten moet stopzetten wegens een arbeidsongeschiktheid die erkend is door de adviserende geneesheer van uw ziekenkas, is dat geen probleem;

Buitenlandse inkomsten en kinderen ten laste

Heeft u kinderen ten laste, dan wordt uw zgn. belastingvrije som, waar u sowieso recht op heeft, verhoogd omwille van die kinderlast. Feit is wel dat de verhoging steeds aangerekend wordt op het inkomen van de belastingplichtige die het meest verdient (art. 134, §4, 2° WIB 92) . Als dat hoogste inkomen echter in het buitenland verdiend en belast wordt, dan is dat inkomen in België vrijgesteld.et belastingvoordeel voor kinderen ten laste gaat dan de facto verloren…

In afwachting van een aanpassing van de wet, past de fiscus het berekeningsprogramma van de personenbelasting voor aanslagjaar 2017 (inkomstenjaar 2016) aan en als de aanrekening van die toeslagen op het inkomen van de minst verdienende voordeliger uitkomt, zal de fiscus dat zo toepassen.

Voor voorgaande jaren kan mogelijks nog rechtzetting gevraagd worden via een bezwaar of een verzoek tot ambtshalve ontheffing.

gesplitste aankoop – ontsnappingsroute via grootouders?

Bij een gesplitste aankoop kopen de ouders het vruchtgebruik van bv. een appartement aan zee, terwijl de kinderen de blote eigendom kopen. Als de ouders overlijden, zal het vruchtgebruik uitdoven en aanwassen bij de blote eigendom van de kinderen zonder dat er één euro erfbelasting dient te worden betaald. Opdat alles fiscaal sluitend zou zijn is wel vereist dat (1) de kinderen het geld hadden om de blote eigendom te kopen, (2) ze het geld daarvoor gebruikt hebben en (3) de waardering vruchtgebruik-blote eigendom correct is.

In de praktijk is het bijna altijd zo dat de ouders kort vooraf een geldsom aan de kinderen schenken, zodat ze hun deel (de blote eigendom) kunnen betalen. Om later erfbelasting te vermijden is dan wel vereist dat de schenking aan de kinderen geregistreerd wordt en er 3 % schenkbelasting op betaald wordt (3,3 % in Wallonië).

… via opa en oma. En wat als de schenking vooraf gebeurt door oma en opa en niet door de ouders? Op het eerste gezicht lijkt dit een goede oplossing waarbij het fictieartikel 2.7.1.0.7. VCF of 9 W. Succ. niet speelt en de schenking vooraf dus niet geregistreerd moet worden. Toch zouden we deze techniek – om 3 % schenkbelasting uit te sparen – afraden, aangezien de fiscus hier mogelijk de algemene antimisbruikbepaling kan inroepen.

Een zorgvolmacht: ook iets voor u?

Recent valt meer en meer het woord “zorgvolmacht” als het gaat over successieplanning, maar waarover gaat het juist?

Zolang u zelf handelingsbekwaam bent, kunt u aan een of meerdere personen opdracht geven om uw vermogen te beheren ingeval u feitelijk en/of juridisch handelingsonbekwaam wordt (art. 490 BW) . Deze opdracht of lastgeving wordt ook wel de ‘zorgvolmacht’ genoemd. U kunt daarbij de lasthebber vragen om eenvoudige ‘daden van beheer’ te stellen: de betaling van rekeningen en facturen, het beheer van rekeningen, de verhuur van onroerend goed, … maar u kunt ook (veel) verder gaan, en de lasthebber ‘daden van beschikking’ laten stellen: een schenking van (een deel van) uw vermogen, de verkoop van uw woning, … Hoewel een rechter ook dan nog steeds tussenbeide kan komen indien een belanghebbende of een van de lasthebbers van mening is dat de belangen van de lastgever in gevaar zijn, lijkt voorkomen toch beter dan genezen.

Schenkingen. In de eerste plaats dient u rekening te houden met het vermogen dat u zelf nog nodig zal hebben in geval van onbekwaamheid. Vermijd m.a.w. dat uw lasthebber u volledig kan ‘uitkleden voor het slapengaan’. Zo kunt u bv. bepalen dat er een minimumbedrag aan (liquide) middelen beschikbaar moet blijven op uw rekeningen. Hetzelfde geldt ook voor de schenking van onroerend goed: de gezinswoning wegschenken is voor sommigen een brug te ver. Eventueel kunt u de schenking van de gezinswoning toelaten mits voorbehoud van vruchtgebruik, zodat u er zelf kunt blijven wonen of het pand eventueel kunt (laten) verhuren. De schenking van uw gezinswoning zou dan bv. wel in volle eigendom kunnen indien u (definitief) zou verhuizen naar een verzorgingsinstelling.

Bescherming erfgenamen. De meeste mensen vinden de gelijke behandeling van hun kinderen belangrijk. U kunt dit principe opleggen aan uw lasthebber. Deze kan dan enkel schenken indien hij aan ieder van uw kinderen een gelijke waarde schenkt. Voor een schenking aan de kleinkinderen kiest u het best vooraf voor een gelijke verdeling tussen iedere staak, dus ongeacht hoeveel kleinkinderen iedere staak telt, of voor een gelijke verdeling die rekening houdt met het aantal kleinkinderen. Afhankelijk van het feit of u een gelijke behandeling voor ogen heeft of niet, kan uw zorgvolmacht bepalen dat schenkingen op voorschot van erfdeel moeten gebeuren dan wel dat schenkingen buiten deel, met het oog op een ongelijke behandeling, mogelijk zijn. Daarnaast kunt u ook vastleggen dat uw lasthebber een aantal klassieke voorwaarden moet inbouwen: beding van terugkeer bij vooroverlijden van een begiftigde, privéclausule (bescherming familiaal karakter), schenking met voorbehoud van vruchtgebruik of onder last, …

Verkoop. Denk bij een verkoop niet alleen aan de verkoop van onroerend goed, maar ook aan de verkoop van kunst, oldtimers, collecties, … U kunt dan bv. vastleggen dat voor bepaalde goederen een minimumprijs verkregen moet worden. Die prijs kunt u zelf vaststellen in uw zorgvolmacht, of u kunt de lasthebber opleggen die voorafgaandelijk te laten vaststellen door een beëdigd schatter.

Huwelijkscontract. U kunt ook volmacht geven om uw huwelijkscontract te wijzigen. Vanzelfsprekend gebeurt dit dan in samenspraak met uw partner. U kunt dan aangeven welke richting uw huwelijkscontract kan uitgaan. Wilt u een verregaande bescherming van de langstlevende voorzien (bv. via een keuzebeding)? Of is het net de bedoeling om de kinderen uit uw eerdere huwelijk te beschermen (bv. toevoegen Valkeniers-beding)? Zelfs de uitvoering van uw huwelijkscontract kunt u aan uw lasthebber overlaten. Wanneer uw echtgeno(o)t(e) als eerste overlijdt, en er een keuzebeding is, dan kunt u de lasthebber opdragen om bij uw onbekwaamheid in uw naam de keuze te maken. Hierbij kunt u richtlijnen geven in functie van uw noden, rekening houdend met uw leeftijd en gezondheidstoestand op het moment waarop de keuze gemaakt moet worden.

Naast het kader van de successie kan een zorgvolmacht ook oplossingen bieden voor praktische problemen die opduiken in geval van onbekwaamheid van de lastgever die zaakvoerder/bestuurder is van een vennootschap of kunnen er bepalingen in worden opgenomen inzake het beleggersprofiel van de lastgever. Duidelijke afspraken daarover kunnen ongewenste financiële gevolgen vermijden.

Misschien toch iets om even bij stil te staan, aangezien een doordachte modulering van de zorgvolmacht u de nodige gemoedsrust kan verschaffen tegen een niet onoverkomelijke prijs. Als richtprijs geeft de Federatie van Notarissen 300 à 500 euro.

De fiscus gaat dit jaar op huizenjacht!

De fiscus kondigde onlangs aan verkopen van onroerende goederen (gebouwen en gronden) tegen het licht te houden om zo te zien of de gemaakte winsten werden/worden aangegeven in de personenbelasting.

Is de winst altijd belastbaar?

Enkel bij een zgn. snelle verkoop wordt u belast.

Verkoop gebouw binnen de vijf jaar. Enkel als u een privégebouw verkoopt binnen de vijf jaar na de aankoop ervan, moet u de winst opnemen in uw privéaangifte en wordt u daarop belast tegen 16,5%. Die termijn van vijf jaar wordt trouwens berekend van dag op dag en het is de datum van de notariële aan- en verkoopakte die daarvoor telt.

Let op! Ook de winst bij verkoop van een woning die u minder dan drie jaar geleden geschonken werd én die u verkoopt binnen de vijf jaar nadat de schenker zelf de woning gekocht heeft, is belastbaar.

Uitzondering. Verkoopt u uw gezinswoning binnen de vijf jaar, dan geldt de  meerwaardebelasting niet, op voorwaarde dat u er minstens 12 maanden zelf in gewoond heeft. Ook voor een geërfde woning voorziet de wet een vrijstelling.

Grond moet u acht jaar houden. Verkoopt u immers een grond binnen de vijf jaar na aankoop met winst, dan wordt die winst belast tegen 33%. Bij een verkoop na vijf jaar maar binnen de acht jaar, betaalt u nog 16,5% op uw winst.

Welk bedrag is dan belastbaar? Het is niet op de brutowinst dat u belast wordt. U mag nl. nog een aantal forfaitaire kosten aftrekken van die brutowinst. Daardoor valt het effectieve belastbare bedrag meestal nogal mee.

Let op! Geeft u de winst ten onrechte niet aan, dan riskeert u ook nog een boete (€ 50 tot € 1.250) en/of een belastingverhoging (van 10% tot 200%).

Spontaan rechtzetten? Dat is te overwegen. Was u zich er bv. niet bewust van dat de winst die u in 2015 gemaakt heeft op de verkoop van bv. een stuk grond belastbaar was, dan kunt u uw controleur daar nu nog zelf van op de hoogte brengen door spontaan een bijkomende aangifte te doen. Zo laat u alvast uw goede wil zien en verhoogt u uw kans op een kleinere boete en/of belastingverhoging.

Taks op de beursverrichtingen voortaan ook op verrichtingen via een buitenlandse tussenpersoon

Eind 2016 werd last minute de “speculatietaks” – na een korte bestaansperiode – afgeschaft, maar aan de andere kant werd er ter compensatie voor de begroting  gesleuteld aan de taks op de beursverrichtingen, kortweg de beurstaks.

Zo kwam er vanaf 1 januari 2017 een verdubbeling van de plafonds inzake de berekening van beurstaks en werd de taks voortaan ook van toepassing verklaard op orders gegeven door een Belgische opdrachtgever (natuurlijke persoon of rechtspersoon) en die in het buitenland afgehandeld worden.

Deze regeling viseert niet enkel transacties via bankinstellingen maar ook deze, die via het internet gebeuren bij buitenlandse organisaties, die een platform aanbieden aan Belgische beleggers.

De taks is verschuldigd door de ordergever, lees: uzelf, tenzij u kunt aantonen dat de buitenlandse tussenpersoon die betaald heeft. Doorgaans zal deze niet de nodige inspanningen daartoe leveren (niettegenstaande wettelijk verplicht) doen en zal u zelf actie moeten ondernemen!

Concreet zal u aangifte van belastbare verrichtingen moeten doen en de taks betalen en dit binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de maand waarin de taks werd verschuldigd.

Sancties?

De boete bij laattijdige aangifte is opgetrokken naar een 50 EUR per week vertraging,  maar er is wel een overgangsregeling voorzien. De boete blijft beperkt tot het oude bedrag van 12,50 EUR per week vertraging bij laattijdige aangifte tot 30 juni 2017. De boete verdubbelt naar 25 EUR per week bij laattijdige aangifte in de periode van 1 juli 2017 tot 31 december 2017. Vanaf 2018 geldt de volledige verhoogde boete van 50 EUR per week.

Nalatigheidsinteresten zijn bovendien meteen verschuldigd vanaf de dag waarop de betaling had moeten gebeuren.

 

Voordeel alle aard woning of herkwalificatie huurinkomsten: nu berekend van dag tot dag

Voor een bedrijfsleider die gebruik maakt van een gebouw dat zijn vennootschap hem kosteloos ter beschikking stelt of die een eigen onroerend goed verhuurt aan zijn vennootschap, is het kadastraal inkomen van het betreffende goed van groot belang. In de eerste situatie wordt hij belast op een voordeel van alle aard dat forfaitair berekend wordt op basis van het kadastraal inkomen van het gebouw. In de tweede situatie worden de huurinkomsten ‘geherkwalificeerd’ in bedrijfsleidersbezoldigingen voor zover ze meer bedragen dan 5/3 van het gerevaloriseerde kadastraal inkomen.

Als het onroerend goed niet voor het volledige jaar ter beschikking gesteld of verhuurd wordt, mag het bedrag van het voordeel van alle aard of de drempelwaarde voor de herkwalificatie pro rata temporis verminderd worden. Tot nu toe moest dat volgens de fiscus gebeuren van maand tot maand. De fiscus hanteerde daarbij de praktische regel dat de maand volledig meetelde bij gebruik op de 16e van de maand. Als de woning pas later op de maand in gebruik genomen werd, mocht de maand dus volledig genegeerd worden.

Die regeling was geïnspireerd door de wettelijke regels over de vaststelling van het onroerend inkomen bij een wijziging van de bestemming in de loop van een jaar, maar die wettekst is al enkele jaren aangepast en daar spreekt men voortaan van “uitgedrukt in dagen”.

Om de parallel te behouden, verandert de fiscus nu ook de berekeningswijze voor het voordeel van alle aard en de herkwalificatie van huurinkomsten.

De berekening moet voortaan gebeuren van dag tot dag. Voor een bedrijfsleider die voor het eerst een woning ter beschikking gesteld krijgt na de 16e van de maand, betekent dat in de praktijk wel dat hij een iets hoger belastbaar voordeel van alle aard aangerekend zal krijgen dan volgens de oude berekeningswijze.

Het nieuwe standpunt van de fiscus is van toepassing vanaf 1 januari 2017, maar mag ook al voor het verleden toegepast worden. 

Afschaffing BTW-kwartaalvoorschotten

Vanaf 1 april e.k. zal de voorschotregeling voor BTW-kwartaalaangevers afgeschaft worden. Dat betekent dus dat ze voor het eerste kwartaal van 2017 normaal wel nog voorschotten moe(s)ten betalen en dat uiterlijk tegen 20 februari en 20 maart.

Dankzij de afschaffing van die voorschotten zal er tijdelijk meer geld worden overhouden. Men zal immers niet minder BTW moeten betalen, maar zal die BTW enkel later moeten betalen, maar dan wel in één keer het totale bedrag van het betreffende kwartaal.

Vandaar dat wij als kantoor hebben besloten de “oude” regeling gewoon te laten doorlopen en u het bedrag van de voorschotten mee te delen, zodat u/uw vennootschap  niet ineens geconfronteerd gaat worden met een betalingsprobleem op moment waarop de BTW moet worden betaald, nl. de 20ste van de maand na het kwartaal. 

 

 

Vlaams regularisatieprocedure

Naast de fiscale regularisatie van de federale overheid, bestaat er sinds begin van dit jaar een eigen regularisatieprocedure in het Vlaams Gewest voor de belastingen waar het voor bevoegd is, zoals de erfbelasting.

Voor de concrete regels werd logischerwijze de mosterd gehaald bij de federale regeling.

Het betreft hier wel een “tijdelijke” regularisatieprocedure. De procedure loopt immers maar tot  eind 2020.

Net zoals in de federale regeling wordt er een onderscheid gemaakt tussen fiscaal niet-verjaarde bedragen (FNV) en fiscaal verjaarde (FV) bedragen.

De volgende tarieven gelden:

  • erfbelasting in rechte lijn en tussen partners: 35 % (FNV) en 37 % (FV),
  • erfbelasting in alle overige gevallen: 70 % (FNV) en 37 % (FV), en
  • andere belastingen dan erfbelasting: 20 % (FNV) en 37 % (FV)

Het tarief voor de fiscaal verjaarde kapitalen stijgt met 1 % per jaar tot het maximum van 40 % in 2020.

De Vlaamse regularisatieprocedure is identiek aan de federale procedure. Wie wil regulariseren, moet een bondige verklaring en fraudeschema opmaken waarin hij de herkomst van de kapitalen verklaart. Bij de aangifte moet de aangever verantwoordingsstukken toevoegen. Daarvoor heeft hij maximaal tot zes maanden na het indienen van de aangifte.

De Vlaamse belastingdienst (Vlabel) zal de aangever schriftelijk laten weten of de aangifte ontvankelijk is en welk bedrag hij verschuldigd is. De aangever heeft dan vijftien dagen (na verzenddatum van de brief van Vlabel) om de regularisatieheffing te betalen.