oktober, 2017

 

Fiscale maatregelen uit het begrotingsakkoord (“Zomerakkoord”)

Volgende wijzigingen en/of nieuwigheden staan op stapel in 2018, niettegenstaande nog wetgevend initiatief dient te worden genomen om één en ander te concretiseren – lees te verduidelijken.

Een kort overzicht

1. Vennootschapsbelasting 

De vennootschapsbelasting zal een grondige hervorming kennen.

Enerzijds worden de tarieven en de crisisbijdrage aangepast als volgt :

2018 / 2019 2020
Basistarief 29,00% 25,00%
Verlaagd tarief voor KMO op de eerste schijf belastbare winst van 100.000 EUR(2) 20,00% 20,00%
Crisisbijdrage 2,00% 0,00%

Deze hervormingen moeten anderzijds – hoe kan het anders? – budgetneutraal zijn en zo zijn er dan ook compenserende maatregelen voorzien, zoals het verdwijnen van de investeringsreserve, de verplichte pro rata afschrijving voor kmo’s vanaf 2020, de afschaffing van degressieve afschrijvingen vanaf 2020, een aanpassing van de regels inzake de aftrekbaarheid van autokosten, de koppeling van de vrijstelling van meerwaarden op aandelen aan de participatievoorwaarde uit het DBI-stelsel,…

Zodra meer concrete informatie beschikbaar is, komen we hier uitvoerig op terug.

2. Personenbelasting 

Ook hier zijn verschillende wijzigingen te verwachten, zij het minder grondig.

Er wordt gesleuteld aan de vrijstelling op de eerste schijf van rente op spaarboekjes. De vrijgestelde schijf daalt van 1.880 euro naar 940 euro, maar in ruil komt er een vrijstelling voor een eerste schijf van 627 euro aan dividenden.

Ook het pensioensparen wordt aangepakt en belastingplichtigen zullen voortaan kunnen kiezen om maximaal 940 euro te sparen aan een belastingvermindering van 30 % (huidig systeem) of meer te sparen tot 1.200 euro aan een lagere belastingvermindering van 25 %.De tax shelter (belastingvermindering) voor investeringen in startende ondernemingen wordt uitgebreid naar groeibedrijven.

In de strijd tegen belastingfraude wordt de kaaimantaks verstrekt en de efficiëntie ervan verbeterd, door o.a. dubbelstructuren aan te pakken en ook feitelijke verenigingen in de maatregel te betrekken.

3. Taksen

  • “Rijkentaks” of taks op effectenrekeningen 

Er zal een nieuwe belasting komen, nl. een taks op effectenrekeningen. Wie meer dan 500.000 euro (te beoordelen per persoon) op een Belgische of buitenlandse effectenrekening heeft staan, zal aan deze taks onderworpen worden en 0,15 % betalen vanaf de eerste euro, dus niet enkel over het gedeelte boven de 500.000 euro. Voorlopig worden enkel beursgenoteerde aandelen, obligaties, fondsen, kasbons en warrant geviseerd.

  • Verhoging beurstaks

Het huidige tarief van de beurstaks zal opgetrokken worden:

  • de aan- en verkoop van obligaties wordt van 0,09 % verhoogd naar 0,12 %;
  • de aan- en verkoop van aandelen wordt van 0,27 % verhoogd naar 0,35 %.
  • Reynders-taks:

De inkoop- en liquidatieboni van fondsen die voor meer dan 25 % in schuldvorderingen beleggen, omvat een rentecomponent die aan roerende voorheffing onderhevig is. Deze drempel zal worden afgeschaft worden, waardoor alle fondsen binnen het toepassingsgebied komen en er roerende voorheffing verschuldigd zal zijn op het obligatierendement in deze fondsen.

4. BTW

Voor nieuwe huurcontracten die vanaf 1 januari gesloten worden m.b.t beroepsmatig gebruikte panden, krijgt de verhuurder de keuzemogelijkheid om al dan niet met 21 % BTW te verhuren. We denken hierbij aan de verhuur van een winkel(centrum), een kantoorgebouw, een loods, …

5. Overige

De flexi-jobs, die erg succesvol bleken in de horeca, worden uitgebreid naar andere sectoren. Bijklussen via een flexi-job zal voortaan ook kunnen in een krantenwinkel, bakkerij of kapsalon.

Daarnaast zal ook belastingvrij bijverdienen (tot 500 euro per maand) mogelijk worden voor specifieke functies in non-profitsector. Deze mogelijkheid staat open voor wie al 4/5 werkt of gepensioneerd is.

 

 

Extralegaal pensioen : wanneer opvraagbaar? welke belasting?

  1. Opvragen?

Sinds 2016 kunt u uw groepsverzekering, uw IPT (individuele pensioentoezegging) of VAPZ maar opvragen vanaf het moment waarop u daadwerkelijk met pensioen kunt gaan en dat is in principe  vanaf uw 65ste.

Bent u echter geboren vóór 1962, dan is er een overgangsmaatregel en kunt u uw aanvullend pensioen toch nog opnemen voordat u effectief met pensioen gaat.

De precieze leeftijd waarop dat kan, vindt u onderstaand:

Geboortejaar Uitkering mogelijk vanaf
Vóór 1959 60 jaar
1959 61 jaar
1960 62 jaar
1961 63 jaar

 

  1. Belastingheffing?

Bij uitkering op uw 60ste betaalt u 20% belastingen en dat tarief daalt naar 18% eens u 61 jaar bent en naar 16,5% vanaf uw 62ste. Er is zelfs taxatie aan 10% mogelijk, maar alleen als de uitkering pas gebeurt op de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) en u tot dan “effectief actief” blijft (art. 171, 2° b WIB’92).

De minister heeft bevestigd dat effectief actief blijven tot uw 65ste niet betekent dat u tot dan ook effectief nog moet werken of even hard moet werken. Het is voldoende dat u in de drie jaar vóór de wettelijke pensioenleeftijd onafgebroken bij een sociale kas aangesloten bent en tijdens die periode ook uw sociale bijdragen voor een hoofdberoep betaald heeft. U hoeft geen bewijs van enige activiteit te leveren (mond. parl. vr. nr. 19530, 28.06.2017, Van Rompuy). Zelfs als u in de loop van die drie laatste jaren uw activiteiten moet stopzetten wegens een arbeidsongeschiktheid die erkend is door de adviserende geneesheer van uw ziekenkas, is dat geen probleem;