februari, 2017

 

Vlaams regularisatieprocedure

Naast de fiscale regularisatie van de federale overheid, bestaat er sinds begin van dit jaar een eigen regularisatieprocedure in het Vlaams Gewest voor de belastingen waar het voor bevoegd is, zoals de erfbelasting.

Voor de concrete regels werd logischerwijze de mosterd gehaald bij de federale regeling.

Het betreft hier wel een “tijdelijke” regularisatieprocedure. De procedure loopt immers maar tot  eind 2020.

Net zoals in de federale regeling wordt er een onderscheid gemaakt tussen fiscaal niet-verjaarde bedragen (FNV) en fiscaal verjaarde (FV) bedragen.

De volgende tarieven gelden:

  • erfbelasting in rechte lijn en tussen partners: 35 % (FNV) en 37 % (FV),
  • erfbelasting in alle overige gevallen: 70 % (FNV) en 37 % (FV), en
  • andere belastingen dan erfbelasting: 20 % (FNV) en 37 % (FV)

Het tarief voor de fiscaal verjaarde kapitalen stijgt met 1 % per jaar tot het maximum van 40 % in 2020.

De Vlaamse regularisatieprocedure is identiek aan de federale procedure. Wie wil regulariseren, moet een bondige verklaring en fraudeschema opmaken waarin hij de herkomst van de kapitalen verklaart. Bij de aangifte moet de aangever verantwoordingsstukken toevoegen. Daarvoor heeft hij maximaal tot zes maanden na het indienen van de aangifte.

De Vlaamse belastingdienst (Vlabel) zal de aangever schriftelijk laten weten of de aangifte ontvankelijk is en welk bedrag hij verschuldigd is. De aangever heeft dan vijftien dagen (na verzenddatum van de brief van Vlabel) om de regularisatieheffing te betalen.

Administratieve procedure voor invordering onbetwiste geldschulden

Voortaan kan een gerechtsdeurwaarder onbetwiste geldschulden tussen ondernemingen invorderen en is dus de tussenkomst van de rechter niet meer nodig.

De administratieve invordering van de onbetwiste handelsvorderingen op vraag van de advocaat van de schuldeiser gebeurt in verschillende stappen.

Om het probleem van de laattijdige betalingen van facturen aan te pakken, kunnen schuldeisers sinds 2 juli 2016 een beroep doen op een administratieve procedure.

Deze regeling geldt voor iedereen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen is ingeschreven: vennootschappen, handelaars-natuurlijke personen, verenigingen en vrije beroepers, maar dus niet voor particulieren.

Aanmaning tot betaling

De administratieve invordering van de onbetwiste handelsvorderingen gebeurt in verschillende stappen. De start met de aanmaning tot betaling door de gerechtsdeurwaarder op verzoek van de schuldeiser. De schuldenaar heeft 1 maand de tijd om op die aanmaning te reageren via een antwoordformulier. Hij heeft drie opties:

  • het vermelde bedrag volledig betalen; of
  • een afbetalingsplan aan de gerechtsdeurwaarder aanvragen; of
  • de schuld betwisten, met vermelding van de reden.

Procesverbaal van niet-betwisting

Ten vroegste acht dagen na het verstrijken van de betaaltermijn stelt de gerechtsdeurwaarder op vraag van de schuldeiser een pv van niet-betwisting op waarin hij de situatie op dat moment vermeldt.

Bij betaling van de schuld of bij een gemotiveerde betwisting stopt de procedure. In het laatste geval kan de schuldeiser via gerechtelijke weg de betwiste schuld invorderen. Worden betalingsfaciliteiten afgesproken, dan wordt de invordering opgeschort.

Uitvoerbaarverklaring van pv

Een magistraat van het Beheers- en toezichtscomité bij het Centraal bestand van beslagberichten zal vervolgens op vraag van de gerechtsdeurwaarder het pv van niet-betwisting uitvoerbaar verklaren als de vormvereisten in orde zijn. Die uitvoerbare titel impliceert dat er een uitvoerend beslag op de goederen van de schuldenaar kan worden gelegd ten belope van het bedrag van de niet-betwiste schuld. Alleen als de schuldenaar in rechte opkomt tegen het uitvoerbaar verklaard pv, wordt de tenuitvoerlegging geschorst. De verzending van het uitvoerbaar verklaard pv gebeurt op een beveiligde manier om de herkomst, de vertrouwelijkheid en de integriteit van de inhoud te verzekeren.

Centraal register

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders is intussen verantwoordelijk voor de organisatie en beheer van het ‘centraal register voor de invordering van onbetwiste schulden’. Dit register bevat alle gegevens die nodig zijn om na te gaan of de procedures voor de invordering van onbetwiste geldschulden correct zijn verlopen en om aan het pv van niet-betwisting uitvoering te kunnen geven.

Nieuw statuut voor de student-zelfstandige

Sinds 1 januari kunnen studenten die een zelfstandige activiteit uitoefenen een eigen statuut van student-zelfstandige aanvragen – de vroegere gelijkstelling van een student met een zelfstandige in bijberoep bestaat dus niet langer – als :

  • ze tussen de 18 en 25 jaar zijn, en
  • ze ingeschreven zijn om op regelmatige basis les te volgen in een onderwijsinstelling (voor minstens 27 studiepunten (ECTS) of voor 17 lesuren per week), met de bedoeling om een diploma te behalen dat erkend wordt in België.

Voor de student-zelfstandige met een inkomen dat lager is dan het minimuminkomen voor zelfstandigen in hoofdberoep (13.296,25 euro in 2017) geldt dan voordelige bijdrageregeling:

  • inkomen lager dan 6.648,12 euro per jaar (in 2017): geen sociale bijdragen, en
  • inkomen tussen 6.648,12 euro en 13.296,25 euro (in 2017): een verminderde bijdrage van 21%, berekend op het inkomen boven het grensbedrag.

Indien het inkomen boven voormelde grens ligt, zijn er sociale bijdragen als zelfstandige in hoofdberoep verschuldigd.

Op het vlak van gezondheidszorgen is er behoud van rechten als persoon ten laste als de inkomsten lager zijn dan 6.505,33 euro en als titularis indien de student bijdragen betaalt. Bovendien tellen de periodes waarvoor de student bijdragen betaalt (ook verminderde bijdragen) om rechten te openen op het vlak van arbeidsongeschiktheid/invaliditeit/moederschap.

Het statuut heeft ook een fiscaal luik: zoals nu al het geval is voor de student-werknemers, zal de eerste inkomensschijf van de student-zelfstandigen niet beschouwd worden als bestaansmiddel voor de berekening van de personen ten laste. Voor 2017 bedraagt deze 2.660 euro.

Bron: Wet van 18 december 2016 tot vaststelling van het sociaal en fiscaal statuut van de student-zelfstandige, Belgisch Staatsblad van 30 december 2016