maart, 2015

 

Verbouwen aan 6 % BTW ?

 Werken die uitgevoerd worden aan een woning die minstens vijf jaar oud is, genieten onder bepaalde voorwaarden het verlaagd BTW-tarief van 6%.

Ouderdomsvereiste wordt opgetrokken! In het federaal regeerakkoord staat echter dat deze ouderdomsvereiste opgetrokken wordt naar tien jaar.

Pas vanaf 01.01.2016! De voorwaarde dat de woning minstens tien jaar oud moet zijn, geldt pas voor werken die uitgevoerd worden vanaf 1 januari 2016. M.a.w. voor alle werken die in 2015 nog gebeuren, volstaat het nog dat de woning minstens vijf jaar in gebruik is.

Hoe moet u tellen? Het BTW-tarief van 6% geldt voor verbouwingswerken aan een privéwoning waarvan de eerste ingebruikname ten minste vijf jaar aan de werken voorafgaat.

Het volstaat evenwel dat de woning voor het eerst in gebruik genomen werd in de loop van het vijfde kalenderjaar dat voorafgaat aan het tijdstip van opeisbaarheid van de BTW, dat is het moment van de voltooiing van de werken of een daaraan voorafgaande facturatie of (gedeeltelijke) incassering van de prijs (parl. vr. nr. 308, Claes, 13.01.2010).

Vb. Werd uw woning bv. in november 2010 in gebruik genomen, dan is ze In mei 2015 nog geen volle vijf jaar in gebruik, maar dan kan ze op dat  moment toch verbouwd worden tegen 6% BTW.

Verhuurt u een deel van uw woning aan uw vennootschap, dan geldt het 6%-tarief ook voor de werken in het privédeel en, als dat deel groter is dan de helft van het pand, zelfs voor de werken die betrekking hebben op het volledige pand (aanschrijving 86/006 nr. 45, 22.08.1986).

 

Bedrijfsleider – de fiscus kan bij u aankloppen om niet doorgestorte bedrijfsvoorheffing en btw te innen

Als uw vennootschap de bedrijfsvoorheffing die ze heeft ingehouden op de lonen van het personeel, of de btw die ze heeft ontvangen van haar klanten, niet doorstort aan de Schatkist maakt ze een fout. U bent daar als bestuurder mee aansprakelijk voor. Dat betekent dat de fiscus dit geld ook bij u kan komen halen. Meer zelfs, dankzij een recent arrest van het Hof van Cassatie, wordt dat makkelijker voor de fiscus. Wees dus op uw hoede!

Wettelijke basis

Sinds 2006 staat het expliciet in de wet dat bestuurders van een vennootschap hoofdelijk gehouden zijn om de bedrijfsvoorheffing en de btw door te storten. Dat betekent dat wanneer de vennootschap zijn verplichtingen niet nakomt, de bestuurder kan worden aangesproken. De fiscus heeft dus zo een extra zekerheid, hij kan immers een extra persoon aanspreken om de fiscale schulden te betalen.

Welke bestuurders?

Alle bestuurders die de dagelijkse leiding hebben over een rechtspersoon vallen eronder. Zowel van vennootschappen als van vzw’s, zowel van binnenlandse als van buitenlandse vennootschappen.

Wanneer is de bestuurder aansprakelijk?

Om de bestuurder te kunnen aanspreken, moet er een dubbele voorwaarde vervuld zijn: (1) in de eerste plaats moet de vennootschap of vzw nalatig geweest zijn bij het nakomen van haar fiscale verplichtingen (bedrijfsvoorheffing en/of btw doorstorten) en (2) daarnaast moet dit in gebreke blijven van de vennootschap aan een fout van de bestuurder zelf te wijten zijn.

De bewijslast ligt bij de fiscus. De wet maakt het de fiscus wel gemakkelijk d.m.v. het weerlegbaar vermoeden dat de herhaalde niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing of btw op zich al impliceert dat de bestuurder een fout heeft gemaakt.

Er is sprake van herhaalde niet-betaling als ten minste twee of drie vervallen schulden binnen een periode van een jaar niet betaald zijn.

Op dat moment wordt de bewijslast omgedraaid. Als de bestuurder toch nog wil ontsnappen aan zijn aansprakelijkheid, moet hij bewijzen dat die herhaaldelijke niet-betaling niet aan hem te wijten is, maar dat de fout bv. bij iemand anders ligt.

Via de rechtbank

Als de ontvanger de bestuurder van een rechtspersoon aansprakelijk wil stellen, moet hij die eerst de kans geven om de nalatigheid recht te zetten of aan te tonen dat hij geen fout beging. Pas daarna kan hij de belastingschuld bij de bestuurder gaan invorderen. Dat kan hij niet rechtstreeks doen. Hij moet daarvoor passeren langs de rechtbank, die de zaak zal onderzoeken en uitspraak zal doen.

Wat is de juridische aard van deze aansprakelijkheid?

Over de juridische aard van de aansprakelijkheid ontstond discussie. Is de aansprakelijkheid van de bestuurder een burgerrechtelijke aansprakelijkheid? Als dat zo is, wordt de druk op de ontvanger veel groter. De fiscus zal dan niet alleen moeten aantonen dat de bestuurder een fout beging (1), maar ook dat er schade is (2) en dat er een causaal verband is tussen de fout en de schade (3). De schade bestaat er dan in dat de vennootschap niet heeft betaald of niet meer kan betalen. Dit zou betekenen dat de ontvanger moet bewijzen dat de fout van de bestuurder de reden is dat de bedrijfsvoorheffing onbetaald is gebleven.

De hoogste Belgische rechtbank, het Hof van Cassatie, denkt er echter anders over. Dat blijkt uit een recent arrest. Het gaat eerder om een fiscale aansprakelijkheid, die inhoudt dat de bestuurder mee met de vennootschap gehouden is om de verschuldigde bedrijfsvoorheffing alsnog te betalen.

Gevolg van dit arrest. Het wordt voor de fiscus makkelijker om een bestuurder aan te spreken voor niet-betaalde bedrijfsvoorheffing en btw. Zo kan de ontvanger al bij de bestuurder gaan aankloppen, zelfs als de vennootschap zelf mogelijk nog (een deel van) haar belastingschuld kan betalen, of zonder aan te tonen dat er een causaal verband is tussen de fout en de schade.