juli, 2014

 

Kleine ondernemingen en de btw: nieuwe verhoogde drempel van 15.000 euro vanaf 1 april 2014

Kleine ondernemingen en de btw: nieuwe verhoogde drempel van 15.000 euro vanaf 1 april 2014

Kleine ondernemingen hebben heel wat minder btw-verplichtingen dan grote ondernemingen. Ze moeten onder andere geen btw aanrekenen op hun diensten. Keerzijde van de medaille is dat ze ook geen recht op aftrek hebben.

Sinds april heeft de fiscus meer richtlijnen voor deze kleine ondernemingen gepubliceerd. Enkele belangrijkste punten.

Meerdere personen die samen één activiteit uitoefenen

Als u samen met één of meer andere personen in onverdeeldheid een activiteit uitoefent, geldt de drempel van 15.000 EUR voor u allen samen. Als u dus samen met uw echtgenoot een onderneming uitbaat, mag u gezamenlijk slechts een omzet van 15.000 EUR draaien om als kleine onderneming te worden beschouwd.

Als u elk een eigen, afgescheiden activiteit ontplooit, geldt de drempel wel voor ieder apart. Dit zelfs ongeacht uw huwelijksstelsel, dus ook als u met gemeenschap van goederen bent getrouwd.

Van gewone regeling naar kleine onderneming en andersom

De regeling voor de kleine ondernemingen is een keuzesysteem. Dat wil zeggen dat zelfs ondernemingen die minder dan 15.000 EUR omzet draaien en eigenlijk een kleine onderneming met recht op het vrijstellingsregime zijn, toch onder de gewone btw-regeling kunnen vallen.

De volgende hypotheses kunnen zich voordoen:

Uw onderneming behaalt minder dan 15.000 EUR omzet tijdens een bepaald jaar

U wordt automatisch aan de regeling ‘kleine ondernemingen’ onderworpen vanaf 1 juli van het jaar na het jaar waarin uw omzet de nieuwe drempel niet heeft overschreden. Als u in 2014 geen 15.000 EUR omzet heeft, wordt u vanaf 1 juli 2015 als kleine onderneming behandeld. Als u dit niet wil en er voor kiest onder de normale regeling te blijven vallen, moet u zelf de administratie verwittigen vóór 1 juni 2015.

U verwacht dat u in een bepaald jaar de drempel zal overschrijden

Als u verwacht dat u in 2014 geen 15.000 EUR omzet zal halen, mag u aan uw lokaal btw-kantoor vragen om al vanaf 1 januari 2015 (i.p.v. vanaf 1 juli 2015) als kleine onderneming beschouwd te worden. U kan deze vraag tot de administratie richten vanaf het vierde kwartaal, maar moet dit doen voor 15 december. U vermeldt daarbij de omzet die u tot dan toe gehaald heeft (in de eerste drie kwartalen) en de omzet die u geraamd heeft voor het laatste kwartaal.

U valt onder het vrijstellingsregime, maar overschrijdt in de loop van het jaar de drempel van 15.000 EUR

Als u de drempel overschrijdt, komt u niet meer in aanmerking voor het vrijstellingsregime. U bent dan immers geen kleine onderneming meer. U moet dit dan ook aan uw btw-controlekantoor laten weten, per aangetekende brief. Vanaf de handeling waarmee u de drempel overschrijdt, wordt u aan de gewone regels onderworpen. Uw eerdere handelingen blijven gewoon onder het vrijstellingsregime.

De administratie staat u nog een kleine tolerantie toe als u de drempel slechts uitzonderlijk en maximum met 10 % overschrijdt. ‘Uitzonderlijk’ wil zeggen dat het maar één jaar kan: u mag dus niet elk jaar de omzet met 10 % overschrijden. In dat ene jaar mag u dus een omzet halen van 16.500 EUR en toch het vrijstellingsregime blijven toepassen.

Maar: niet elk jaar veranderen

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat btw-plichtigen van jaar tot jaar gaan wisselen tussen de gewone regeling en de regeling voor kleine ondernemingen.

Als u kiest voor de gewone regeling, mag u pas na drie jaar weer voor de vrijstellingsregeling opteren. U mag het regime voor kleine ondernemingen opnieuw toepassen vanaf 1 januari van het derde jaar na het jaar waarin de optie voor de overgang naar de normale regeling uitwerking heeft gehad, mits u het bevoegde btw-controlekantoor inlicht vóór 1 december van het betrokken jaar en voor zover u (nog steeds) aan de drempelvoorwaarde voldoet.

cash betalingen nog toegelaten?

Sinds 1 januari 2014 bedraagt de limiet aan cash die mag worden ontvangen 3.000 euro… of toch niet?

Verkopen door handelaren en dienstverleners

Een onderscheid wordt gemaakt naargelang de prijs van de verkoop of de dienstverlening al dan niet 3.000 euro bereikt.

A. Indien de prijs – inclusief btw – onder de 3.000 euro ligt, mag de klant het totaal cash betalen.

Vb: Een klant koopt van een beroepsverkoper een tweedehandswagen voor 2.999 euro. Hij mag alles cash betalen.

B. Is de prijs gelijk aan of hoger dan 3.000 euro, dan mag tot 10 % van de prijs cash betaald worden, met een maximum van 3.000 euro.

Vb 1: Een klant laat het dak van zijn woning voor 5.200 euro renoveren. Hij mag maximaal 520 euro cash betalen (10 % van 5.200 euro).

Vb 2: Een klant koopt van een beroepsverkoper een wagen voor 40.000 euro. Hij mag maximaal 3.000 euro cash betalen.

Opgelet! U mag een verkoop niet kunstmatig splitsen in verschillende delen onder de 3.000 euro om de beperking te omzeilen.

M.a.w. naast het alom gekende bedrag van 3.000 eurodient ook rekening gehouden te worden met het totaalbedrag van de uitgereikte factuur/facturen.

Verkopen door een particulier

Hier bestaat geen beperking, behalve voor de verkoop van gebouwen waarbij helemaal niet meer met cash mag worden gewerkt.

Vb: Het is geoorloofd voor een particulier een tweedehandswagen ter waarde van 100.000 euro geheel cash te verkopen, onverschillig of de koper al dan niet handelaar is.

Controles

Geregeld worden er controles uitgevoerd door de Algemene Directie Controle & Bemiddeling van de FOD Economie (Economische Inspectie) waarbij de controleurs gerechtigd zijn om alle boekhoudkundige en commerciële documenten in te kijken.

Sancties

Aan de betrokken partijen kan een boete worden opgelegd van maximaal 10 % van het onwettelijk cash betaalde bedrag, met een maximum van 1.350.000 euro en het zijn zowel de verkoper als de koper die verantwoordelijk zijn voor het betalen van de boete.

Bron: Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

investeringsaftrek – attesten

Investeringsaftrek: vergeet uw attesten niet aan te vragen!

Voor bepaalde investeringen, zoals milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling,  en energiebesparende investeringen, kan een specifieke eenmalige investeringsaftrek van 14,5 % op de aanschaffingswaarde (aanslagjaar 2014 / 13,5 % voor aanslagjaar 2015) of gespreide investeringsaftrek van 21,5% op de afschrijving (aanslagjaar 2014 / 20,5% voor aanslagjaar 2015) worden verkregen. Deze aftrek is weliswaar niet combineerbaar met de aftrek voor risicokapitaal, ook wel notionele interestaftrek genaamd.

Hiertoe is het noodzakelijk dat binnen de drie maanden na de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn aangeschaft of tot stand gebracht, de nodige attesten worden aangevraagd aan de bevoegde regionale diensten.

Voor het Vlaamse Gewest zijn dat respectievelijk:

–          Departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid – Graaf de Ferraris-gebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 BRUSSEL, en

–          Vlaams energieagentschap, Koning Albert II-laan 20, bus 17, 1000 BRUSSEL

Te laat is te laat

In een casus wordt vastgesteld dat de aanvraag voor een attest meer dan 1 jaar te laat wordt ingediend.

De administratie, hierin gevolgd door de rechtbank, zijn van mening dat hierdoor de betrokken investeringen niet meer in aanmerking komen voor de investeringsaftrek. De termijn is immers van openbare orde.

Van enige soepelheid zoals bij het voorleggen van andere formulieren, zoals de opgave 276K of 204.3, is hier klaarblijkelijk geen sprake. (Rb. Brugge 27.11.2012, 11/2849/A, bevestigd door Gent 29.04.2014, 2013/AR/84).